Asbestgevaar bij scholen
zaterdag 19 mei 2012
Bij één op
de vier middelbare scholen die zijn onderzocht op de aanwezigheid
van asbest bestaat er een direct
gevaar voor de volksgezondheid. Bij basisscholen ligt dit op één op
de twintig.
Dat blijkt uit een onderzoek, waarvan de resultaten bekend
werden gemaakt in de ZEMBLA-aflevering
'Asbest vrijgekomen', afgelopen zaterdag 15 januari. Om te
bepalen of er zich gevaarlijke situaties kunnen voordoen voor de
gezondheid van leerlingen en leraren, zouden scholen minstens
moeten weten waar het asbest zit. Bij bijvoorbeeld
onderhoudswerkzaamheden aan de gebouwen kan dan voorkomen worden
dat er asbest vrijkomt.
Bij de scholen waar mogelijk asbest in zit, omdat ze van vóór 1993
dateren, blijkt dat er bij 75% van de basisscholen en 52% van de
middelbare scholen geen of geen volledige asbestinventarisatie is
gemaakt.
De onderwijsorganisaties voor middelbare en basisscholen, de
PO-Raad en de VO-Raad, hebben in een gezamenlijk onderzoek onder
hun leden gepeild hoe het staat met de aanwezigheid van asbest in
schoolgebouwen.
Uit dat onderzoek is gebleken dat er op scholen in Nederland een
potentieel asbestgevaar is voor leerlingen en leerkrachten. Ook
blijkt dat basisscholen voor 95% en middelbare scholen voor 77% nog
gebouwen hebben van vóór 1993. In dat jaar werd een volledig verbod
op het gebruik van asbesthoudende materialen van kracht.
Prof. A. Burdorf pleit in ZEMBLA voor het actief inventariseren en
verwijderen van asbest. 'Als je het niet weghaalt, dan zal je tot
in lengte van dagen nieuwe risico's creëren,' zegt Burdorf. Hij is
de auteur van het rapport van de Gezondheidsraad, die afgelopen
zomer adviseerde om de normen voor asbest met een factor 30 tot 40
aan te scherpen.
Dit pleidooi wordt door bijna 80% van de middelbare en basisscholen
ondersteund. Zij vinden dat schoolgebouwen volledig onderzocht
moeten worden op de aanwezigheid van asbest. De overheid zou
daarbij een sturende rol op zich moeten nemen.
Bron: Zembla
Naar het archief